Geen einde aan het geluk van Wendy’s

31 januari 2022

Wendy’s tegen Wendy’s begint een beetje op Jarndyce tegen Jarndyce lijken, de eeuwigdurende rechtszaak die Charles Dickens in de 900 pagina’s van zijn roman Bleak House beschrijft: “Jarndyce and Jarndyce drones on. This scarecrow of a suit has, in course of time, become so complicated that no man alive knows what it means.”

Zo ver is het nog niet met de Wendy’s, maar verwarring in de media over dit langlopende merkenconflict is er wel altijd. Zo ook bij het laatste uitspraak in deze zaak, het vonnis van de Rechtbank Amsterdam van eind januari.

Er zou “een einde zijn gekomen aan het geluk” van Wendy’s uit Goes, de kleine Zeeuwse snackbar die eind van het jaar nog een breed uitgemeten overwinning behaalde tegen de Amerikaanse hamburgergigant Wendy’s. En nu alles verloren en 6,5 miljoen euro misgelopen? Dat is nogal overdreven.

Executie

Het vonnis van de Rechtbank Amsterdam betreft een zogenaamd executiegeschil. Dat wil zeggen, een geschil over de uitleg en de uitvoering van een eerder vonnis. In dit geval een vonnis uit het jaar 2000. In dat vonnis werd het de Amerikaanse Wendy’s verboden om de handelsnaam en het merk Wendy’s in Nederland en de Benelux te blijven gebruiken.

Na die uitspraak uit 2000 gaf Wendy’s International de Europese markt nog niet op en bleven de Wendy’s elkaar in de gaten houden. Zo richtten de Amerikanen in 2009 Wendy’s Netherlands B.V. en in 2014 Wendy’s Netherlands Holding B.V. op. De Zeeuwse Wendy’s meent dat die handelsnamen in strijd zijn met het verbod uit het vonnis van 2000 en beroept zich op het boetebeding uit dat vonnis. Door moedwillig in strijd met het vonnis gehandeld te hebben, zou Wendy’s International dwangsommen hebben verbeurd tot een bedrag van € 6.516.283,90 (dat zijn heel veel hamburgers).

Maar...

Maar hoewel de rechtbank vindt dat de handelsnamen zeker toe te rekenen zijn aan het moederbedrijf Wendy’s International, is er toch geen sprake is van een overtreding van het inbreukverbod uit het vonnis uit 2000.

De ingeschreven bedrijven Wendy’s Netherlands en Wendy’s Netherlands Holding verrichten volgens de rechtbank namelijk ‘andere bedrijfsactiviteiten’ (interne financiering en holdingactiviteiten) dan Wendy’s uit Goes (diensten van een buurtsnackbar) en ‘richten zich tot een ander publiek’. De rechtbank denkt bijvoorbeeld dat het ongebruikelijk is dat de snackbar-clientèle het handelsregister gaat raadplegen ‘teneinde de identiteit en de concernrelatie van de snackbar te onderzoeken’. Van het vereiste gevaar voor verwarring is dus geen sprake, volgens de rechtbank.

Het vonnis uit 2000 blijft dus gewoon in stand en het inbreukverbod uit dat vonnis blijft ook ongewijzigd. Het enige dat de rechtbank Amsterdam zegt is dat Wendy’s International het inbreukverbod uit het vonnis niet heeft overtreden door de handelsnaam Wendy’s te gebruiken voor interne financiering en holdingactiviteiten. De rechtbank voegt daar zelfs nog aan toe dat dat zeker anders wordt zodra die dochtermaatschappijen activiteiten gaan ontplooien die wél in verband staan met fastfood en horecadiensten.

Clientèle

Geen bijschrijving dus van € 6.516.283,90 en zelfs een afschrijving van € 13.681,00 voor de proceskosten. Maar Wendy’s uit Goes is wèl de enige die hamburgers mag bakken onder de naam Wendy’s. Dat was zo en dat blijft zo.

Was het dan een zinloze procedure? Nee. Gezien de omvang en de duur van het conflict is het helemaal niet vreemd dat de Zeeuwse Wendy’s bezwaar heeft gemaakt tegen de handelsnamen van haar overzeese concurrent. Om haar merk te beschermen, moest ze eigenlijk wel.

En wie weet loopt een volgende rechtszaak weer anders af. Wat als bijvoorbeeld iedereen die in Goes staat te wachten op het belletje van de frituur ondertussen even online het handelsregister raadpleegt, teneinde de identiteit en de concernrelatie van de snackbar te onderzoeken? Het kan verkeren.

beeld bij tekst NL

 

Deel dit bericht

HEEFT UW MERK AANDACHT NODIG?

Wilt u meer informatie over de bescherming van uw merk?

0294 490 900 NEEM CONTACT OP